In de jungle
Bohol lijkt precies of de plaatjes die we ervan hebben gezien: veel groen en veel regen. Na een saaie start op Panglao rijden we nu via de hoofdstad Tagbilaran het binnenland in. Het verkeer in Tagbilaran is druk en we zoeken de kortste weg de stad uit, na de schijnbaar onmogelijke opgave een pinautomaat te vinden die meer dan zestig euro per keer uitgeeft. De hoofdweg, die op elk eiland National Road heet, blijft lange tijd druk. De lucht is dreigend en laat af en toe wat druppels vallen. Mensen zijn hier duidelijk meer aan toeristen gewend want de meesten worden niet warm of koud van twee voorbij fietsende blanken. Dat is voornamelijk te danken aan de tarsiers, in het Nederlands Filippijnse spookdieren, die hier in grote getalen in een reservaat leven en daarmee een van de hoofdattracties van de Filippijnen vormen. Het spookdier is een klein zoogdier van ongeveer 10 centimeter. Het is geen aap, zoals veel mensen denken, maar behoort wel tot dezelfde familie van primaten. Zijn ronde kop kan door een speciale aanpassing van de nek 180 graden gedraaid worden. Het heeft enorme ogen die niet in verhouding staan tot de kop en de romp en vermeld staan in het Guinness Book of Records als de grootste ogen van een zoogdier ter wereld. De dunne staart is ongeveer twee keer zo lang als het lichaam en is wordt gebruikt voor het evenwicht, handig voor tijdens de drie meter grote sprongen die ze kunnen maken.
Voordat we bij het reservaat aankomen worden we getrakteerd op een plensbui en een lekke band. De vulcanizing shop langs de weg moet ons verlossen van beide. Een jongen van een jaar of 14 runt de tent. We weten nog van de vorige vulcaniseersessie dat er vijf gaatjes in de band zitten. De jongen had goed Nederlands kunnen zijn want hij knipt een zuinig stukje rubber af, te klein voor de vijf gaatjes. Geef maar hier, dan doen we even voor hoe je een band moet plakken. Zijn vader zit erbij en geeft genadeloos commentaar. “Dit zijn Amerikanen.” “Hebben ze in hun land ook vulcaniseershops ofzo.” Daag meneer, Google maar even op Nederland en fietsenmaker.
Onze eindbestemming van vandaag is het fameuze Nuts Huts hostel in Loboc. Erg ecoverantwoord middenin het oerwoud en alleen te bereiken per boot of via een lange bergweg gevolgd door een steile, ruige afdaling. We gaan voor het laatste – wij zijn tenslotte op fietsvakantie – en verzamelen moed en energie tijdens een bijzonder foute all-you-can-eat lunchcruise over de Loboc rivier. Denk Van der Valk en pannenkoekenboot, compleet met live muziek en dansoptredens. De Koreanen en soortgenoten aan boord hebben een prachtdag.
De klim naar Nuts Huts is lang, maar vol te houden. Deze keer alleen geen payback time in de vorm van een welverdiende afdaling, maar een mountainbike trail naar beneden. Nog zwaarder dan de klim naar boven. Afgesloten met een paar honderd traptreden omlaag, met alle bagage. Help me even herinneren waarom we ook alweer wilden fietsen terwijl we ook gewoon naar de Malediven hadden gekund? Als we intrek hebben genomen in onze hut – amper twintig meter van diezelfde Loboc rivier – is het tijd voor een biertje in het overdekte maar open restaurant. We zitten nog geen vijf minuten en de hemel barst open. Wat een timing.
| < Prev | Next > |
|---|













































